Rembrandt van Rijn

Je bent hier: Home | Onvergetelijke Amsterdammers | Rembrandt van Rijn

Rembrandt van Rijn

Rembrandt van Rijn (1606-1669) is zonder twijfel de beroemdste schilder van Nederland en misschien wel van de rest van de wereld. In zijn tienertijd ging hij, zoals toen gebruikelijk was, in de leer bij diverse schilders in Leiden. Hij was nog geen twintig toen hij zijn eigen werkplaats opzette en stond meteen bekend als iemand die geen geïdealiseerde figuren schilderde, maar levendig emoties kon weergeven. Trefzeker zette hij een schilderij ruw op, zonder de in die tijd gebruikelijke gedetailleerde onderschilderingen en hij was een meester in het weergeven van licht-donker. Als snel kreeg hij belangrijke klanten en kwam zijn werk terecht in koninklijke collecties.
Op zijn 25e verhuisde hij naar Amsterdam en ontmoette de niet onbemiddelde Saskia, zijn grote liefde, waar hij mee trouwde. Hij had zakelijk succes met zijn dramatische Bijbelse en mythologische taferelen, landschappen en de vele (zelf-)portretten, maar privé was het leven niet gemakkelijk. Zijn eerste drie kinderen stierven vlak na de geboorte, zijn vierde kind Titus bleef in leven.
Rembrandt schilderde jarenlang aan een origineel groepsportret, de Nachtwacht, waarin hij de groep schutters niet keurig op een rijtje of zittend aan een tafel afbeeldde, maar door elkaar liet lopen.

In 1642 voltooide hij het schilderij en in dat jaar stierf zijn Saskia. Voor baby Titus kwam weduwe Geertje Dircx in huis, waarmee hij een verhouding kreeg. Hij schilderde niet meer zoveel, maar maakte vooral tekeningen en etsen. De relatie met Geertje liep niet goed af. Zij klaagde hem aan voor het verbreken van de huwelijksbelofte, maar hij kon niet met haar trouwen, want dan verspeelde hij de erfenis van Saskia.
Na Geertje kwam Hendrickje Stoffels in zijn leven. De productie van schilderijen kwam weer op gang, maar zijn stijl werd soberder. Financieel brak een moeilijke tijd voor hem aan, want hij kreeg al jaren geen portretopdrachten meer en gaf te veel geld uit aan het kopen van kunst en exotische voorwerpen.
Toen er ook nog een economische crisis uitbrak rond 1654, kon Rembrandt zijn schulden niet meer betalen. Zijn huis en inboedel werden geveild en Rembrandt betrok een huurwoning aan de Rozengracht. Daar kwam de Amsterdamse elite niet graag om opdrachten te geven, maar dankzij de kunsthandel van Hendrickje en Titus kon hij wel blijven produceren. Zijn werk raakte echter uit de mode, Hendrickje overleed in 1663 en Titus in 1668. Het jaar daarop stierf Rembrandt zelf, berooid en eenzaam. Hij werd begraven, zonder herdenking of lofredes, in een gehuurd graf in de Westerkerk.
Pas in de jaren 1850 werd Rembrandt herontdekt, na de Belgische opstand tegen Koning Willem I in 1830, toen Nederland een nationaal symbool nodig had.

fotografie: 1. Rembrandt Zelfportret met twee cirkels, Collectie Kenwood House and Garden te Engeland, 2. Rembrandt zelfportet als jonge man – ets, 3. Rembrandt en Saskia – Gemäldegalerie Dresden